Inkomstenbelasting,
Aangifte inkomstenbelasting: Om u aangifte inkomstenbelasting zo snel en volledig mogelijk in te vullen verzoeken wij u indien van toepassing de volgende gegevens bij de hand te hebben: -jaaropgave(n) loon/uitkering -jaaropgave(n) hypotheek (inclusief rekeningen verbetering van woning) -afrekeningen notaris (bij aankoop en/of verkoop woning) -indien ondernemer jaarverslagen -WOZ-waarde woning (te vinden op de aanslag gemeentebelastingen) -overzicht betaalde lijfrente (eventueel overzicht pensioenaangroei) -overzicht betaalde giften -overzicht betaalde ziektekosten -saldo's bank/giro/aandelen/tweede woning/kapitaalverzekeringen per 1 januari en 31 december -geboortedatum jongste kind -voorlopige aanslag/beschikking van de belastingdienst -overzicht betaalde alimentatie of andere onderhoudsverplichtingen -overzicht betaalde studiekosten -ingehouden dividend- of kansspelbelasting-overzicht betaalde premie arbeidsongeschiktheidsverzekering-digid inlogcode en wachtwoordWelkom
Financiële administratie
Contact
Tips
Belastingplan 2010De focus in het Belastingplan 2010 is gericht op meer en makkelijker ondernemen. Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste punten. Er worden diverse maatregelen getroffen om de liquiditeit te vergroten voor ondernemingen die in zwaar weer verkeren. Zo kunnen vennootschapsbelastingplichtige lichamen ervoor kiezen om verliezen uit 2009 en 2010 drie jaar (thans één jaar) terug te wentelen. In ruil hiervoor wordt de huidige voorwaartse verliesverrekening van negen jaar ingekort tot zes jaar. Daarnaast wordt de huidige (jaar 2009) tijdelijke regeling voor versnelde afschrijving op bedrijfsmiddelen verlengd tot en met 2010. Dit betekent dat investeringen die in 2010 zijn gedaan, in twee jaar kunnen worden afgeschreven (maximaal 50% in 2010 en maximaal 50% in 2011). Ten slotte wordt het maximumbedrag van het totale s&o-loon waarop een werkgever de eerste tariefschijf van 50% afdrachtvermindering loonbelasting mag toepassen, in 2010 tijdelijk verhoogd van € 150.000 tot € 220.000. De winstvrijstelling voor mkb’ers gaat met 1,5 procentpunt omhoog tot 12%. In deze regeling verdwijnt ook de eis dat een mkb’er minimaal 1225 uur moet ondernemen (het urencriterium). Een versobering betreft de zelfstandigenaftrek. Deze kan straks alleen worden verrekend met box 1-inkomen dat afkomstig is van ondernemingswinst en niet meer met ander box 1-inkomen zoals loon uit dienstbetrekking. Wel kan het niet-benutte deel van de zelfstandigenaftrek maximaal negen jaar worden doorgeschoven. De beperking tot verrekening met de winst geldt niet voor starters. De bestaande octrooibox voor speur- en ontwikkelingswerk (s&o) wordt omgevormd tot een innovatiebox. Dit betekent dat winst die wordt behaald met s&o nog maar tegen 5% (thans 10%) wordt belast. Ook worden de plafonds in de huidige regeling (lage tarief alleen mogelijk bij winsten tot € 400.000) geschrapt. Verliezen op innovatieve activiteiten worden aftrekbaar tegen het normale tarief van 25,5% in plaats van het verlaagde tarief. Het maximale tarief van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek wordt verhoogd van 25% tot 28% en het maximumbedrag waarover deze aftrek kan worden verleend, wordt verhoogd van € 240.000 tot 300.000. De doorschuiffaciliteit in de inkomstenbelasting in verband met bedrijfsopvolging wordt uitgebreid. Deze faciliteit kan straks ook worden toegepast op schenking van ‘aanmerkelijkbelangaandelen’, maar dan alleen voor het gedeelte dat betrekking heeft op de uitoefening van een onderneming en niet op het beleggingsvermogen. Verder komen enkele verbeteringen in de terbeschikkingstellingsregeling en een versoepeling in de gebruikelijkloonregeling voor een directeur-grootaandeelhouder met een eigen bv. Wetsvoorstel Uniformering loonbegripEr komt één loonbegrip voor loonbelasting/premies volksverzekeringen, premies werknemersverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (zvw). Voor de werknemer wordt de loonstrook daardoor eenvoudiger doordat deze korter en duidelijker wordt. De verschillende ingewikkelde tussenberekeningen tussen bruto- en nettoloon vervallen. Hetzelfde geldt voor de correcties bij verschillende dienstbetrekkingen.De uniformering van het loonbegrip betekent een lastenverlichting voor werkgevers. Dit wordt bereikt door de volgende maatregelen: De verplichte inkomensafhankelijke bijdrage zvw komt te vervallen. Daarvoor in de plaats komt zvw werkgeversheffing die geen eigen premiegrens meer kent maar meeloopt met de premiegrens voor de werknemersverzekeringen. Doordat de inkomensafhankelijke bijdrage zvw wordt vervangen door een zvw werkgeversheffing verdwijnt ook de ingewikkelde teruggave van te veel betaalde zvw-premie bij versc hilllende dienstbetrekkingen. Het werknemersdeel van de ww-premie wordt helemaal afgeschaft en komt dus niet meer voor in de loonadministratie. Er is geen verschil meer tussen de loonheffing en premieheffing over de bijtelling wegens privégebruik van de auto van de zaak en de levensloopinleg en –opname. De ww-franchise wordt afgeschaft. Voor de ww-premie hoeven hierdoor geen aparte gegevens meer te worden bijgehouden. Wetvoorstel Fiscale vereenvoudigingswet 2010De belangrijkste vereenvoudigingen uit dit wetsvoorstel betreffende de volgende: Het systeem van vrije vergoedingen en verstrekkingen aan werknemers wordt sterk vereenvoudigd. De bestaande regelingen voor 29 categorieën vergoedingen en verstrekkingen waarvoor allemaal aparte regels gelden, zoals voor werkkleding, kerstpakketten, laptops, fietsen en bedrijfsfitness, worden vervangen door de nieuwe werkkostenregeling. Een werkgever kan maximaal 1,5% van de fiscale loonsom aanwenden voor onbelaste vergoedingen en verstrekkingen. Naast deze forfaitaire vrijstelling blijft nog een beperkt aantal gerichte vrijstellingen voor zakelijke kosten bestaan. Het betreffen vrijstellingen voor reiskosten, tijdelijke verblijfkosten, cursussen, studiekosten, extraterritoriale kosten en verhuiskosten in het kader van bedrijfsverplaatsing. Kleine banen van jongeren worden per 2010 vrijgesteld van premieheffing voor de werknemersverzekeringen en van de inkomensafhankelijke zvw-bijdrage. Per 2011 wordt ook de loonheffing op 0% gezet. Van een kleine baan is sprake indien de werknemer jonger is dan 23 jaar en het loon lager is dan een voor die leeftijd geldende loongrens. Zo geldt voor een 22-jarige bijvoorbeeld een grens van € 600 per maand.Het inkomen in box 3 van de inkomstenbelasting (sparen en beleggen) wordt nu nog vastgesteld aan de hand van twee peildata: 1 januari en 31 december. Per 2011 wordt nog slechts één peildatum gehanteerd: 1 januari van het kalenderjaar. Er komen vereenvoudigingen in de bijleenregeling voor de eigen woning De eerste vereenvoudiging betreft de verkorting van de termijn van de ’eigenwoningreserve’ van vijf naar drie jaar. De eigenwoningreserve ontstaat als de (oude) woning wordt verkocht en de verkoopopbrengst meer is dan de eigenwoningschuld van die (oude) woning. De huidige vijfjaarstermijn van de eigenwoningreserve houdt in dat de eigenwoningreserve tot vijf jaar na verkoop van de woning fiscaal relevant blijft. Zowel de burger als de belastingdienst moeten hiermee vijf jaar (straks drie jaar) rekening houden. De tweede vereenvoudiging betreft de renteaftrek van meegefinancierde kosten bij de aankoop van een woning. De renteaftrek geldt niet langer alleen maar voor starters op de woningmarkt maar ook voor doorstromers. De derde vereenvoudiging betreft de ‘goedkoperwonen’-regeling. Deze regeling is een complexe uitzondering op de bijleenregeling die geldt bij verhuizen naar een goedkoper huis en wordt daarom afgeschaft. Wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2010Enkele maatregelen uit dit wetsvoorstel betreffende de volgende: De regeling voor laagbelaste beleggingsdeelnemingen wordt aangepast. Dit houdt in dat de deelnemingsvrijstelling niet van toepassing is op deelnemingen die als belegging worden gehouden. Het wordt dus, net als onder het regime van vóór 2007, opnieuw van belang wat het oogmerk is, waarmee een deelneming wordt gehouden. Wordt niet voldaan dit oogmerkvereiste, dan kan toch de deelnemingsvrijstelling van toepassing zijn, indien wordt voldaan aan de nieuwe onderworpenheidstoets of de nieuwe bezittingentoets. De werkingssfeer van de zogenoemde inhoudingsvrijstelling in de dividendbelasting – het achterwege laten van inhouding van dividendbelasting – wordt uitgebreid tot dividenden die worden uitgekeerd aan aandeelhouders in IJsland en Noorwegen. Daarnaast vervallen twee voorwaarden voor de inhoudingsvrijstelling in EU-situaties, te weten de rechtsvormeis en de onderworpenheidseis (tenzij het uitkeringen aan buitenlandse vrijgestelde of fiscale beleggingsinstellingen betreft). Ook d e teruggaafregeling in de dividendbelasting geldt met ingang van 1 januari 2010 eveneens voor pensioenfondsen en dergelijke lichamen die zijn gevestigd in Noorwegen en IJsland. Het verlaagde ( 6%) btw-tarief mag worden toegepast op het schilderen en stukadoren van huizen ouder dan twee jaar (thans vijftien jaar). Deze versoepeling treedt al op 15 september 2009 in werking. Het verlaagde (6%) btw-tarief is straks ook van toepassing op schoonmaakwerk in huis. Er zijn verder nog enige andere btw-maatregelen. Er worden diverse maatregelen getroffen om de innovatieve auto-industrie een steun in de rug te geven, zoals: geen leasebijtelling op elektrische auto’s in 2010 en 2011; het schrappen van motorrijtuigenbelasting voor zeer zuinige auto’s en een hogere korting van € 700 op de bpm (aanschafbelasting) van zuinige auto’s.Bron: Tweede Kamer, 15-9-2009. Tijdelijke regeling willekeurige afschrijving Staatssecretaris De Jager van Financiën heeft onlangs de bij de najaarsnota aangekondigde tijdelijke fiscale regeling voor willekeurige afschrijving gepubliceerd. De regeling staat toe dat ondernemingen voor zowel de inkomstenbelasting als de vennootschapsbelasting over de jaren 2009 en 2010 maximaal 50% afschrijven op de aanschaffingskosten of voortbrengingskosten van bepaalde, nieuwe bedrijfsmiddelen. Deze willekeurige afschrijving is alleen mogelijk voor zover voor de bedrijfsmiddelen in 2009 investeringsverplichtingen zijn aangegaan of voortbrengingskosten zijn gemaakt. De maatregel is gericht op investeringen in bedrijfsmiddelen die van direct belang zijn voor de economische ontwikkeling: investeringen in nieuwe materiële activa, met name outillage, transportmiddelen en vaste installaties in de open lucht. In beginsel komen alle nieuwe bedrijfsmiddelen in aanmerking voor de willekeurige afschrijving behalve een aantal uitzonderingen. De belangrijkste daarvan zijn gebouwen, grond-, weg- en waterbouwkundige werken, bromfietsen, motorrijwielen en personenauto’s (met uitzondering van taxi’s en zeer zuinige personenauto’s), dieren en immateriële vaste activa (waaronder software).Voor deze regeling gelden enige voorwaarden. Zo moet het bedrijfsmiddel in beginsel vóór 1 januari 2012 in gebruik zijn genomen. Is dat niet het geval maar heeft wel al willekeurige afschrijving plaatsgevonden, dan wordt de willekeurige afschrijving bij de aanslag over het boekjaar dat eindigt op 31 december 2011 teruggenomen (bij een gebroken boekjaar: bij de aanslag over het boekjaar waarin 31 december 2011 valt). In bijzondere omstandigheden, bijvoorbeeld faillissement van de leverancier van het bedrijfsmiddel, kan de datum van 31 december 2011 op verzoek worden verschoven, en wel zoveel als door die omstandigheden wordt gerechtvaardigd. Van een bijzondere omstandigheid is geen sprake als de aard van het bedrijfsmiddel met zich brengt dat een lange bestel- of vervaardigingsperiode nodig is.Verder mag het bedrijfsmiddel niet hoofdzakelijk (ten minste 70%) zijn bestemd om ter beschikking te worden gesteld aan derden. Willekeurige afschrijving kan al plaatsvinden zodra de investeringsverplichting is aangegaan of de voortbrengingskosten zijn gemaakt. Bij andere vormen van willekeurige afschrijving, zoals voor milieubedrijfsmiddelen, investeringen door startende ondernemers en zeeschepen, bestaat een keuzemogelijkheid wat betreft de vorm van willekeurige afschrijving. Samenloop met andere vormen van willekeurige afschrijving is niet mogelijk. Gewone afschrijving kan plaatsvinden vanaf het tijdstip waarop het bedrijfsmiddel in gebruik is genomen. De regeling treedt op 1 januari 2009 in werking.Bron: Ministerie van Financiën. U rijdt in uw eigen auto zakelijke kilometers U mag €0,19 per kilometer van uw opbrengst aftrekken voor de zakelijke ritten die u met uw eigen auto maakt. Ook als u de auto huurt, mag u €0,19 per zakelijk gereden kilometer van uw opbrengst aftrekken. Gevolgen voor de btw Als uw auto privévermogen vormt, kunt u geen btw aftrekken bij de aankoop. Wel mag u de btw op onderhouds-, reparatie- en gebruikskosten aftrekken voor zover u de auto voor uw onderneming gebruikt. Daarbij kunt u uitgaan van de verhouding van het aantal zakelijke kilometers tot het totaal aantal gereden kilometers op jaarbasis. Als het zakelijk gebruik niet uit uw administratie is af te leiden, mag u 75% van de voorbelasting op die kosten aftrekken. Belastingmaatregelen 2009 Het kabinet heeft in het fiscaal pakket 2009 -bestaande uit het wetsvoorstel Belastingplan 2009 en het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2009- de fiscale plannen voor 2009 ontvouwd. Het kabinet legt ditmaal het accent op stimulering van het bedrijfsleven en diverse fiscale vereenvoudigingen. Hieronder een overzicht van de belangrijkste punten: een verhoging in de inkomstenbelasting van de startersaftrek van € 2.035 (2008) naar € 2.190 en een verhoging van de mkb-winstvrijstelling van 10% (2008) tot 10,7%. Mogelijk vervalt het urencriterium als voorwaarde van de mkb-winstvrijstelling. Het kabinet beraadt zich nog op een eventuele omzetting van de zelfstandigenaftrek in een mkb-winstvrijstelling. De bedragen voor de zelfstandigenaftrek voor 2009 blijven gelijk aan die van 2008. een verlaging van het tarief van de vennootschapsbelasting voor het huidige jaar 2008 naar 20% over de eerste € 250.000. De huidige twee tariefopstapjes in de vennootschapsbelasting verdwijnen. Deze maatregel dient als compensatie voor het uitblijven een beslissing van de Europese Commissie over de zogeheten rentebox. De tariefsverlaging geldt alleen voor het jaar 2008. een versoepeling van het regime van beleggingsinstellingen voor vennootschappen die actief zijn in de vastgoedbranche, doordat het beleggingsbegrip wordt aangepast; een uitbreiding van de faciliteiten voor speur- en ontwikkelingswerk per 1 januari 2009 door een verruiming van het begrip speur- en ontwikkelingswerk; een verlaging van het tonnagetarief voor grotere zeeschepen door de invoering van een extra tariefschijf van € 0,50 (€ 2,279 jaar 2008) per dag per 1000 nettoton voor tonnage boven 50.000 nettoton. kunnen overstappen van een maandaangifte naar een kwartaalaangifte. De grensbedragen gaan van € 7.000 naar € 15.000; - een automatische verlenging van de verklaring arbeidsrelatie (var) indien drie jaar achtereen dezelfde var is afgegeven. Deze maatregel gaat in per 1 januari 2010;- afschaffing van de eerstedagsmelding. De inspecteur krijgt mogelijk nog de bevoegdheid om een ondernemer te verplichten om voor een periode van maximaal vijf jaar eerstedagsmeldingen te doen.- de afschaffing van correctieberichten voor fouten in de aangiften loonheffing over het lopende jaar. Vanaf 1 januari 2010 moeten de fouten in een aangifte worden hersteld in de eerstvolgende loonaangiften. de introductie van een tweede verlaagd bijtellingstarief van 20% voor een emissiearme auto van de zaak; een verlenging van de periode van het ouderschapsverlof van 13 naar 26 weken waardoor de maximale ouderschapsverlofkorting hoger wordt. Verder geldt voor het recht op de ouderschapsverlofkorting niet langer de deelname aan de levensloopregeling als voorwaarde. diverse vereenvoudigingen bij lijfrenten onder andere bij splitsing van lijfrenten en afkoop van kleine lijfrenten; het inkomensafhankelijker maken van de arbeidskorting; de invoering van een door de werkgever belastingvrij te vergoeden of te verstrekken EVC-procedure (EVC = erkenning van verworven competenties). Een EVC-procedure stelt vast welke competenties iemand heeft opgedaan door bijvoorbeeld werkervaring. De procedure leidt tot het verstrekken van een ervaringscertificaat. de handhaving van de positie van een directeur-grootaandeelhouder (dga) onder de loonheffing. Oorspronkelijk zou de dga per 1 januari 2009 niet meer onder de loonheffing vallen. Daardoor zou hij onder meer niet meer in aanmerking kunnen komen voor de afdrachtvermindering voor speur- en ontwikkelingswerk. Verder komt er een vereenvoudigde loonaangifte voor de dga. de invoering van een fiscale doorwerkbonus (middels een kort ing op de te betalen belasting) voor werknemers tussen de 61 en 65 jaar om hen te stimuleren om te blijven werken. De doorwerkbonus is een percentage variërend 2% tot 10% van de doorwerkbonusgrondslag en bedraagt maximaal € 4.591. Ook voor 65-plussers komt er een doorwerkbonus. de invoering in 2011 van een ‘houdbaarheidsbijdrage’ die gevraagd wordt van degenen die na 31 december 1945 geboren zijn en een inkomen hebben van meer dan € 32.217 (2009). De bijdrage is bedoeld om het draagvlak voor de financiering van de oudedagsvoorziening te verbreden. Aan deze bijdrage ligt een nogal ingewikkeld heffingsmechaniek ten grondslag en is gelijk aan het verschil tussen het tarief tweede schijf en het tarief derde schijf voor dat deel van het inkomen dat in 2011 extra in de derde schijf valt. een verdere verschuiving van autobelastingen op basis van bezit naar gebruik in de periode 2009 naar 2013 via een verschuiving van de bpm (belasting van personenauto en motorrijwielen) naar de motorrijtuigenbelasting; de invoering van een vrijstelling in het schenkingsrecht en successierecht voor schenkingen en legaten aan sportorganisaties; Bezwaar maken kan nu ook digitaal (1 juli 2008) Bezwaar maken? Vroeger moest dat schriftelijk. Nu kan het ook online. Met het online bezwaarformulier kunt u bezwaar maken tegen een: aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen aanslag inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet navorderingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen navorderingsaanslag inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet Let op! In andere gevallen, zoals bijvoorbeeld bij een voorlopige aanslag, kunt u niet digitaal bezwaar maken, maar moet u een brief sturen. Keuze van soort aftrekbeperking van gemengde kosten moet duidelijk uit ingediende aangifte blijken Voor inkomsten in de winstsfeer en inkomsten uit resultaat uit overige werkzaamheden bestaat een aftrekbeperking van gemengde kosten (kosten met een zakelijk en privé-karakter) zoals bijvoorbeeld kosten voor voedsel en drank, representatie, congressen en dergelijke. De hoofdregel is dat een vast bedrag van € 4.200 (jaar 2008) niet aftrekbaar is. Naast de kostenaftrekbeperking volgens het forfaitaire drempelbedrag bestaat ook de mogelijkheid om voor deze gemengde kosten voor de procentuele aftrek van 73,5% (jaar 2008) te kiezen. Het forfaitaire drempelbedrag en aftrekpercentage zijn in voorgaande jaren overigens meermaals gewijzigd. De procentuele kostenaftrek is voordeliger dan de forfaitaire aftrekbeperking als u aan het einde van dit jaar constateert dat u minder dan € 15.849 aan gemengde kosten heeft gemaakt. De kosten moet u in dat geval wel kunnen specificeren. Indien u kiest voor de procentuele kostenaftrek dan moet u dat bij het indienen van de aangifte duidelijk aangeven of anderszins aannemelijk weten te maken. Dit blijkt uit een recente uitspraak van Rechtbank Haarlem. In de nogal feitelijke procedure genoot een man in 2005 naast inkomsten uit dienstbetrekking ook inkomsten uit werkzaamheden als auteur en als redactiesecretaris. Fiscaal kwalificeerden laatstgenoemde inkomsten als resultaat uit overige werkzaamheden. De man bracht in zijn aangifte inkomstenbelasting over 2005 alle kosten die verband hielden met de werkzaamheden als auteur en als redactiesecretaris volledig in mindering op de inkomsten. Het betrof een bedrag van ruim € 2.100. Een deel van de kosten betrof gemengde kosten. De inspecteur week op een reeks van punten van de aangifte af waaronder de aftrek van de gemengde kosten. Bron: Rechtbank Haarlem, 3-6-2008, nr. 07/7737 (gepubliceerd 4-6-2008). Versoepeling boetebeleid Staatssecretaris De Jager van Financiën heeft onlangs een versoepeling van het boetebeleid voor aangiftebelastingen (zoals bijvoorbeeld de loonbelasting en omzetbelasting) aangekondigd. Een bedrijf dat een keer te laat is met de aangifte en/of de afdracht krijgt niet meer automatisch een boete. Nu krijgt een bedrijf nog een verzuimboete ingeval het bedrijf in de zogeheten referentieperiode (meestal de laatste zeven tijdvakken) hetzelfde verzuim al eerder heeft begaan. Volgens het nieuwe boetebeleid zal een bedrijf geen boete meer krijgen als het te laat maar binnen maximaal zeven werkdagen de vereiste aangifte en/of betaling overmaakt. Voorwaarde is dat het bedrijf de voorgaande keer wel op tijd is geweest. Volgens het (beknopte) persbericht van het Ministerie van Financiën ziet het nieuwe boetebeleid voor de aangiftebelastingen er als volgt uit:Type verzuim: betaalverzuim1ste verzuim: geen boete indien maximaal 7 dagen te laat betaald en vorige keer op tijd betaald;2de verzuim: boete altijd 2% maar minimaal gesteld op € 50;3de verzuim: uitzonderlijk geval (bijv. stelselmatig in verzuim zijn) boete tot wettelijk maximum van € 4.537.Type verzuim: aangifteverzuim1ste verzuim: coulanceperiode van 7 dagen;2de verzuim: na 7 dagen altijd € 56 boete;3de verzuim: uitzonderlijk geval (bijv. stelselmatig in verzuim zijn) tot wettelijk maximum van € 113 (loonbelasting: € 1.134).Het boetebeleid voor een te late aangifte van een aanslagbelasting (zoals bijvoorbeeld de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting) verandert ook. Deze wordt als volgt:1ste verzuim: herinnering en aanmaning (geen boete);2de verzuim: boete altijd € 226 (vennootschapsbelasting € 567);3de verzuim: uitzonderlijk geval (bijvoorbeeld het stelselmatig in verzuim zijn) tot wettelijk maximum van € 1134.Het is nog niet bekend wanneer een nieuw boetebeleid wordt ingevoerd, maar de staatssecretaris streeft ernaar om het in 2009 te laten ingaan.Bron: Ministerie van Financiën, 28-3-2008Heffingsrente fiscus omlaagHet tarief voor de heffingsrente en invorderingsrente voor het tweede kwartaal 2008 is vastgesteld op 4,75%.Dat heeft het ministerie van financiën woensdag bekend gemaakt. Het percentage voor het eerste kwartaal 2008 bedroeg nog 5,3%.Belastingplichtigen krijgen heffingsrente vergoed als eenaanslag wordt opgelegd met een terug te geven bedrag, of als een aanslag wordt verminderd tot een terug te geven bedrag. Heffinsrente kan verschuldigd zijn bij een te betalen aanslag. Invorderingsrente is men verschuldigd als de belasting of premie betaald wordt na de enige of laatste betalingstermijn van de aanslag.Over de hoogte van de heffingsrente ontstond eind 2007 nog wat ophef, omdat die zo hoog zou zijn dat sparen bij de belastingdienst er door zou worden aangemoedigd. Op ongeruste vragen van de TweedeKamer antwoordde staatsecretaris De Jager echter dat hij maatregelen niet nodig achtte.Belastingdienst moet binnen zes weken uitspraak op bezwaar doen Sinds 1 januari 2008 moet de belastingdienst uitspraken op bezwaar en beschikkingen op aanvraag binnen zes weken afhandelen. Daarmee is een einde gekomen aan de uitzonderingspositie van fiscale beslistermijnen ten opzichte van de gebruikelijke beslistermijnen die voor andere besluiten gelden op basis van de Algemene wet betuursrecht Op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moeten bestuursorganen binnen zes weken nadat een burger of bedrijf bezwaar heeft gemaakt tegen een besluit van dat bestuursorgaan, uitspraak doen. Een besluit is een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. Zo’n besluit is bijvoorbeeld een aanslag voor de inkomsten- of vennootschapsbelasting van de belastingdienst. Indien echter tegen zo’n belastingaanslag bezwaar werd gemaakt, was het tot 1 januari 2008 mogelijk dat langer dan de genoemde zes weken moest worden gewacht op de uitspraak van de inspecteur. Dit kwam doordat in de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) voor dergelijke bezwaarschriften tot die datum een afwijkende bepaling gold. Bij de invoering van de (eerste twee tranches van de) Awb in 1994 vond de wetgever de Awb-termijn namelijk te kort voor de fiscale praktijk. De inspecteur kreeg daarom een jaar de tijd om uitspraak op bezwaar te doen – hoewel er sinds 1 januari 1997 naar werd gestreefd om binnen de Awb-termijn een beslissing te nemen, zo is te lezen in het Besluit fiscaal bestuursrecht (met ingang van 25 februari 2007 de opvolger van het Voorschrift Awb 1997). Met ingang van 1 januari 2008 is de genoemde uitzondering in de AWR komen te vervallen als gevolg van de inwerkingtreding van de Wet versterking fiscale rechtshandhaving. Dit betekent dat de belastinginspecteur vanaf die datum op alle bezwaarschriften binnen zes weken moet beslissen. Bovendien moet ook een beschikking op aanvraag voortaan binnen zes weken worden genomen. Dit is bijvoorbeeld een verzoek tot vermindering van de loonbelasting of een aanvraag voor een fiscale eenheid. Overigens is nadrukkelijk in de AWR bepaald dat het doen van aangifte geen beschikking op aanvraag in de zin van de Awb is. Voor het vaststellen van een belastingaanslag naar aanleiding van een aangifte heeft de belastingdienst nog steeds maximaal drie jaar de tijd, eventueel verlengd met gevraagd en verkregen uitstel.Als gevolg van deze wetswijzigingen is het Besluit fiscaal bestuursrecht van 2007 ingetrokken en met ingang van 18 januari 2008 vervangen door een nieuw besluit onder dezelfde naam. Het beleid met betrekking tot de fiscale beslistermijnen bij een beschikking op aanvraag en een uitspraak op bezwaar is overbodig geworden, aangezien de Awb-regels op dit punt moeten worden gevolgd, en daarom niet meer opgenomen. De overige onderdelen – het weigeren van een gemachtigde, het horen bij het vaststellen van de aanslag en in de bezwaarfase, het herstellen van een verzuim om niet-ontvankelijkheid van het bezwaar te voorkomen en de klachtenafhandeling – zijn inhoudelijk grotendeels ongewijzigd overgenomen van het oude besluit.Bron: Besluit van 7 januari 2008, nr. CPP2007/3207M, Stcrt. nr. 11; Wet versterking fiscale rechtshandhaving, Stb. 2007, 376 / Wet overige fiscale maatregelen 2008, Stb. 2007, 563. Geen BTW-aftrek bij contant betalen van brandstof Veel ondernemers gaan nog steeds slordig om met hun brandstofadministratie. Dit kan echter tot grote problemen leiden bij een belastingcontrole. De BTW op de brandstof is aftrekbaar maar u moet echter wel kunnen aantonen dat de brandstof daadwerkelijk door u is afgenomen. En daar gaat het bij een groot aantal ondernemers nog mis. Als u na het tanken contant afrekent, kan de belastingdienst niet nagaan of de brandstof wel door uw bedrijf is betaald. Een tankbonnetje vermeld namelijk niet wie de afnemer is en is daarom onvoldoende bewijs. Als de belastingdienst bij een controle concludeert dat het bedrijf neit rechtstreeks betaald heeft, wordt alle BTW met terugwerkende kracht teruggevorderd en krijgt u bovendien een boete. DGA (Directeur grootaandeelhouder) pas in 2009 uit de loonheffing. Als uw BV alleen een of meer directeuren-grootaandeelhouders in dienst heeft en zij niet verplicht verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen (WW en WIA), dan zou per 1-1-2008 de inhoudingsplicht voor de loonheffingen van de DGA's vervallen. Staatssecretaris De Jager van Financiën dringt nu echter bij de tweede kamer aan op uitstel van de afschaffing van de inhoudingsplicht tot 1-1-2009. Het kabinet heeft in de Miljoenennota de plannen voor het komende jaar 2008 bekendgemaakt. De belangrijkste fiscale maatregelen uit het Belastingplan 2008 zullen wij toelichten. Er komt per 1 juli 2008 een belasting op vliegtickets (vliegbelasting). Deze wordt opgelegd per vertrekkende passagier. Transferpassagiers zijn van de heffing uitgezonderd. Het tarief bedraagt €. 11,25 voor landen van de Europese Unie of afstanden tot 2500 kilometer. Voor langere afstanden is de belasting €. 45,--. Om de milieulast van verpakkingen te verminderen komt er per 1 januari 2008 een belasting op verpakkingen. Bedrijven die per jaar meer dan 15.000 kilo verpakkingsmateriaal op de markt brengen zijn belastingplichtig voor de belasting.In de begroting van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor 2008 staan onder meer de volgende maatregelen:Naar verwachting krijgen in tweede helft van 2008 vrouwelijke zelfstandigen het recht op een publieke zwangerschaps- en bevallingsvoorziening van zestien weken. De uitkering gaat uit van het inkomen van het voorgaande jaar met een maximum van 100 procent van het wettelijk minimumloon. Ouderen worden fiscaal extra ondersteund met het verhogen van de ouderenkorting en de AOW-toeslag.De WW-premie voor werknemers gaat in 2008 omlaag van 3,85 naar 3,5 procent. In 2009 wordt de premie verder verlaagd tot nul. De (loon)bijtelling voor de auto van de zaak gaat per 1 januari 2008 voor zeer zuinige auto’s omlaag van 22% naar 14%. De bijtelling voor overige auto’s gaat omhoog naar 25%. Vanaf 2011 wordt de kilometerheffing stapsgewijs geïntroduceerd. Het zwaartepunt van de heffing van autobelastingen verschuift van het bezit naar gebruik. Daartoe worden de aanschafbelasting (BPM) en de motorrijtuigenbelasting van auto's dan naar rato verlaagd. De verlaging van de BPM van 5% per jaar wordt echter gecompenseerd met een verhoging van de motorrijtuigenbelasting om ongewenste schokeffecten op de automarkt te voorkomen.Er komt een intensivering in de BPM naar milieuprestaties (mate van energiezuinigheid en uitstoot). De BPM ‘bonus’ voor zeer zuinige auto’s wordt verhoogd van € 1.000 naar € 1.400. De BPM ‘malus’ gaat omhoog van € 540 naar € 1.600.Vanaf 1 januari 2009 vervalt de fiscale ondersteuningvoor pensioenopbouw boven € 185.000. Bovendien wordt mogelijk met ingang van 2011 van ouderen met een relatief hoog inkomen een bijdrage gevraagd om de AOW ook in de toekomst welvaartsvast te houden. Dit geldt alleen voor mensen die zijn geboren ná 1945 (en dus vanaf 2011 65 jaar worden). Dit kan naar vrije keuze door langer te werken of door het betalen van een extra heffing. Vanaf 1 januari 2009 vervalt het maximum aan eigenwoningforfait van € 9.150 waardoor het eigenwoningforfait bij hogere waarde van de woning oploopt. Bovendien geldt voor het eigenwoningforfait een verhoogd percentage van 2,35% voor woningen boven € 1 miljoen (thans nog 0,55%). Dit hogere percentage geldt alleen voor het deel van de eigenwoningwaarde dat uitkomt boven € 1 miljoen.Per 1 januari 2009 vervalt de fiscale buitengewone uitgavenregeling en wordt er een specifieke regeling geïntroduceerd voor chronisch zieken en gehandicapten.. Per 1 januari 2008 geldt nog een versoberde variant van de regeling waarbij de standaardpremie en de inkomensafhankelijke bijdrage van de zorgverzekering niet langer aftrekbaar is. De drempel voor aftrek van buitengewone uitgaven gaat per 1 januari 2008 fors omlaag van 11,5% naar 1,65%.De uitbetaling van de algemene heffingskorting aan de niet of weinig verdienende partner wordt in 15 jaar tijd afgeschaft met een vermindering van 6 2/3% per jaar. De inkomensafhankelijke arbeidskorting en inkomensafhankelijke aanvullende combinatiekorting (voor de werkende ouder met lager inkomen en een jong kind) worden verhoogd. De directeur aandeelhouder van een bv zonder andere werknemers is per 1 januari 2008 niet langer belast met loonheffing maar kan volstaan door zijn loon in de aangifte inkomstenbelasting op te nemen. De eerste twee tariefschijven in de vennootschapsbelasting worden per 1 januari 2008 behoorlijk opgerekt. De eerste schijf met een tarief van 20% gaat omhoog van € 25.000 naar € 40.000. De tweede schijf gaat omhoog van € 60.000 naar € 200.000. Daarbij gaat het tarief voor de tweede schijf met 0,5%-punt omlaag naar 23%. Daarboven geldt het tarief van 25,5%. Het wordt voor ondernemers-natuurlijke personen makkelijker om vanuit de ene onderneming zonder fiscale gevolgen een andere onderneming te starten.Bron: Ministerie van Financiën Kinderkorting wordt toeslag Het kabinet wil per 1januari2008 de kinderkorting omzetten in een toeslag. In een wetsvoorstel hiervoor staat dat er een inkomensafhankelijke toeslag voor de kosten van kinderen zou moeten komen. Het wetsvoorstel is inmiddels goedgekeurd door de Tweede Kamer en het ligt nu ter goedkeuring bij de Eerste Kamer. De reden voor het wetsvoorstel is dat sommige huishoudens niet of niet helemaal gebruik kunnen maken van hun recht op kinderkorting. Dit geldt voor huishoudens die te weinig belasting betalen om het bedrag aan kinderkorting (volledig) te kunnen aftrekken. Als de kinderkorting een toeslag wordt, is dit probleem opgelost. Als het wetsvoorstel wordt goedgekeurd, krijgt iedereen die ervoor in aanmerking komt, de toeslag vanaf eind 2007 automatisch uitbetaald. U hoeft deze toeslag dus niet aan te vragen. Bron: Belastingdienst Percentage heffingsrente en invorderingsrente derde kwartaal 2007 5,25% met 0,25 procentpunt omhoog. De berekening van in rekening te brengen of te vergoeden heffingsrente voor de aanslagen inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting is met de inwerkingtreding van het belastingplan 2005 per 1 januari 2005 gewijzigd. Voor de inkomstenbelasting geldt dit voor tijdvakken die aanvangen op of na 1 januari 2006 en voor de vennootschapsbelasting voor tijdvakken die aanvangen op of na 1 januari 2005. Aangrijpingspunt is niet meer de dag na afloop van het kalenderjaar maar de dag na het midden van een belastingjaar/boekjaar. Het tijdvak waarover heffingsrente wordt berekend, eindigt op de dag van de dagtekening van het aanslagbiljet. Voor een boekjaar gelijk aan het kalenderjaar vormt 1 juli het aangrijpingspunt. Voorafgaand aan elk kwartaal maakt het ministerie van Financiën het percentage heffingsrente en invorderingsrente bekend. Voor het derde kwartaal 2007 gaat het percentage met 0,25 procentpunt omhoog tot 5,25%.Percentages heffingsrente en invorderingsrente uit voorgaande jaren per kwartaal:2001: 4,70%; 4,10%; 4,45%; 4,20%;2002: 3,45%; 3,25%; 3,25%; 3,25%;2003: 3,25%; 3,10%; 2,50%; 2,00%;2004: 3,50%; 3,50%; 3,50%; 3,50%;2005: 5,00%; 5,00%; 5.00%; 5,00%.2006: 3,50%; 3,75%; 4,00%; 4,25%2007: 4,70%; 5,00%; 5,25%Bron: Ministerie van Financiën. Werkgevers betalen vanaf 1 januari 2008 bij UWV gelijke WAO-premie voor lopende gevallen Vanaf 1 januari 2008 betalen alle werkgevers die verzekerd zijn bij het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) een gelijke premie voor de lopende WAO-uitkeringen. Momenteel hangt de hoogte van deze premie voor een werkgever nog af van het aantal van zijn werknemers dat in de WAO is gekomen, de zogeheten Pemba-regeling. Minister Donner van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft het wetsvoorstel dat de afschaffing van de Pemba regelt, onlangs naar de Tweede Kamer gestuurd. Het wetsvoorstel regelt verder nog enige andere onderwerpen. - De mogelijkheid om eigenrisicodrager te worden voor WAO vervalt. In de arbeidsongeschiktheidsregelgeving van de WAO bestaat namelijk een koppeling tussen premiedifferentiatie en het eigenrisicodragerschap voor werkgevers. Nu eerdergenoemde premiedifferentiatie vervalt, vervalt daardoor ook de mogelijkheid om eigenrisicodrager te worden. Bestaande gevallen van eigenrisicodragen voor de WAO worden daarbij gerespecteerd. Werkgevers die op 24 november 2006 al eigenrisicodrager waren voor de WAO, kunnen dat blijven. Op laatstgenoemde datum maakte het kabinet het voornemen bekend om het eigenrisicodragen af te schaffen. De toegang tot de WAO zelf is overigens per 29 december 2005 afgesloten; het gaat hier dus om het eigenrisicodragerschap voor de oude, lopende gevallen. - Er komt geen premiedifferentiatie voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten in de WIA (Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen), de opvolger van de WAO. - Nu er geen premiedifferentiatie komt in de IVA (Inkomensverzekering voor Volledig en duurzaam Arbeidsongeschikten), de regeling voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten binnen de WIA,vervalt vanaf 2008 ook de mogelijkheid om eigenrisicodrager te worden voor de IVA.Financiële gevolgen werkgeversHet wetsvoorstel leidt ertoe dat voor een individueel bedrijf de uniforme WAO-premie niet meer afhankelijk is van de hoogte van het risico. In vergelijking met de situatie dat de gedifferentieerde premie blijft gehandhaafd, zal de uniforme premie voor een individueel bedrijf hoger uitvallen als het individuele werkgeversrisico lager is dan het gemiddelde risico. Het omgekeerde doet zich voor als het individuele werkgeversrisico hoger is dan het gemiddelde risico. Volgens de toelichting op het wetsvoorstel bedraagt het nadeel van een uniforme WAO- premie voor een grote werkgever met een nul-risico maximaal 0,4%-punt (het verschil tussen de minimale gedifferentieerde premie en de uniforme premie (uitgaande van een uniforme premie van 0,4%). Aan de andere kant bedraagt het voordeel van het wetsvoorstel maximaal 1,2%-punt (het verschil tussen de maximale gedifferentieerde premie voor een werkgever met een hoog risico en de uniforme premie). De administratieve lasten en nalevingskosten voor werkgevers zullen volgens de wetgever gelijk blijven.Bron: Tweede Kamer Beleidsbesluit over reikweidte medische vrijstelling (omzetbelasting) De belastingdienst heeft namens de staatssecretaris van Financiën een beleidsbesluit bekendgemaakt over de reikwijdte van de medische vrijstelling in de omzetbelasting. Aanleiding waren enkele recente uitspraken van de gerechtshoven Amsterdam en Den Haag. Volgens de uitspraken kwamen de gediplomeerde beoefenaren (niet-artsen) ook in aanmerking voor de btw-vrijstelling voor medische prestaties aangezien artsen die dezelfde diensten verrichtten wel kwalificeerden voor de toepassing van de medische vrijstelling. Beiden verrichtten immers dezelfde prestaties. De uitspraken van de hoven zagen op de diensten verricht door een fysiotherapeut/osteopaat. De staatssecretaris geeft aan dat de werkingssfeer van de hofuitspraken naar zijn mening veel ruimer is dan deze beroepsbeoefenaren gelet op de ruime formulering van het deskundigheidsgebied van de arts in de ‘Wet BIG’ (Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg). De staatssecretaris heeft daarom besloten dat de voorwaarde voor toepassing van de vrijstelling, die inhoudt dat de vrijstelling alleen toegepast kan worden op handelingen die tot het in de Wet BIG” geregelde deskundigheidsgebied van de betrokken beroepsbeoefenaar behoren, komt te vervallen. Voor de toepassing van de vrijstelling is nu wel van belang dat het gaat om: - beroepsoefenaren die een BIG-opleiding met goed gevolg hebben afgerond; en - handelingen die zij verrichten op grond van een aanvullende opleiding, die ten minste enige relatie heeft met hun BIG-opleiding; en - handelingen die zijn vrijgesteld of zouden zijn vrijgesteld als zij door een beroepsbeoefenaar met een andere BIG-opleiding worden verricht. Het gerechtshof in Den Haag heeft zich ook uitgelaten over de toepassing van de medische vrijstelling in de omzetbelasting voor orthopedagogen. De werkzaamheden kwamen overeen met de werkzaamheden van psychologen die in dezelfde praktijk werkzaam zijn. Het neutraliteitsbeginsel vereist dat de vrijstelling ook op de orthopedagoog van toepassing is.De staatssecretaris bevestigt ook nu de visie van het hof maar stelt als voorwaarde dat de pedagoog een opleiding in de pedagogie met goed gevolg heeft afgerond.Met het onderhavige besluit trekt de staatssecretaris diverse besluiten in. Het besluit is op 5 april 2007 in werking getreden. De ruimere voorwaarden voor toepassing van de btw-vrijstelling werken terug tot de datum waarop het EG-Hof uitspraak heeft gedaan over de richtlijnbepaling waarop de Nederlandse wetsbepaling over de btw-vrijstelling voor medische prestaties is gebaseerd, derhalve tot 27 april 2006. Men kan zich op de ruimere voorwaarden beroepen in alle situaties waarin de heffing van omzetbelasting op laatstgenoemde datum nog niet onherroepelijk vaststaat.Bron: Belastingdienst, 23-3-2007, CPP2007/374M (gepubliceerd 3-4-3007). Percentage heffingsrente en invorderingsrente tweede kwartaal 2007 met 0,3 procentpunt omhoog tot 5,0% //alert(document.getElementById("TitleBar").innerHTML); titlebar = document.getElementById("TitleBar"); tbhtml = titlebar.innerHTML; tbhtml= tbhtml.replace(/emailpage/,"emailpagepwc"); tbhtml= tbhtml.replace(/printPreview/,"printPage"); titlebar.innerHTML = tbhtml; De Belastingdienst kan bij het opleggen van belastingaanslagen heffingsrente en/of invorderingsrente in rekening brengen of vergoeden. Bij een belastingaanslag kunt u onder meer denken aan een voorlopige aanslag, een gewone (definitieve) aanslag, een naheffingsaanslag en een navorderingsaanslag. Voorafgaand aan elk kwartaal maakt de staatssecretaris van Financiën het percentage heffingsrente en invorderingsrente bekend. Voor het tweede kwartaal 2007 gaat het percentage met 0,3 procentpunt omhoog tot 5,0%. Maximum bedragen lijfrentefaciliteit voor de staking van een onderneming Ondernemers hebben recht op de toepassing van diverse fiscale faciliteiten. De huidige en de vorige Wet op de inkomstenbelasting bevatten onder meer een faciliteit voor de staking van een onderneming. De faciliteit houdt in dat de stakingswinst onder voorwaarden en tot bepaalde maximumbedragen kan worden omgezet in een lijfrente. De belastingheffing over de stakingswinst wordt daardoor (deels) uitgesteld tot latere jaren. De lijfrentefaciliteit bevat maximumbedragen die variëren naar de mate van arbeidsongeschiktheid en de leeftijd van de stakende ondernemer. Zo variëren in 2007 de maximumbedragen van € 102.932 tot € 411.698.Het laatstgenoemde maximumbedrag geldt:- voor de ondernemer die op het moment van staken 60 jaar of ouder is, of- voor de ondernemer die op het moment van staken voor 45% of meer arbeidsongeschikt is en waarbij de lijfrente binnen zes maanden na het staken ingaan, of- bij het staken van de onderneming wegens het overlijden van de ondernemer.Is de ondernemer op het moment van staken ten minste 50 jaar of gaat de lijfrente dadelijk in, dan bedraagt het maximumbedrag € 205.854.Voor alle andere gevallen bedraagt het maximumbedrag € 102.932.Zoals u ziet, lopen de maximumbedragen afhankelijk van de omstandigheden van het geval in behoorlijke mate uiteen. Voor een ondernemer vormde de eveneens in 1998 bestaande grote verschillen tussen de maximumbedragen aanleiding om de aanvaardbaarheid van de verschillen aan de orde te stellen. Hij had zijn onderneming in 1998 gestaakt en was van mening dat lijfrentefaciliteit te ruw van opzet was. Hij meende dat het ontbreken van een nadere verfijning naar vooral de mate van arbeidsongeschiktheid en leeftijd in strijd was met het verbod van willekeur. Hof Arnhem wees zijn stelling echter af. In cassatie behaalde hij evenmin succes. De Hoge Raad bevestigde de uitspraak van het Hof en gaf aan dat een rechter een wet in formele zin alleen mag toetsen aan een ieder verbindende verdragsbepalingen. Er valt echter geen verdragsbepaling aan te wijzen waarmee het ontbreken van de door de ondernemer voorgestane verfijning in strijd zou zijn.De ondernemer had daarnaast voor de Hoge Raad gesteld dat sprake was discriminatie omdat niet-arbeidsongeschikte ondernemers onredelijk begunstigd zouden worden ten opzichte van arbeidsongeschikte ondernemers. De Hoge Raad merkte hierover het volgende op. Indien sprake is van ongelijke behandeling van ongelijke gevallen, doet discriminatie zich slechts voor bij een overduidelijke onevenredigheid. Naar het oordeel van de Hoge Raad is daarvan in de onderhavige procedure geen sprake. De Hoge Raad verwees voor deze criteria voor discriminatie naar een arrest uit 1992.De Hoge Raad casseerde de hofuitspraak evenwel op een formeelrechtelijke grond, maar gaf zelf al aan dat de nieuwe hofuitspraak niets zal veranderen aan het materiële geschilpunt over de maximumbedragen. Het Hof en de inspecteur hadden een beslissing genomen die in overeenstemming was met de wet.Bron: Hoge Raad Kleine ondernemersregeling In de Wet op de omzetbelasting bestaat een tegemoetkoming voor ondernemers die weinig btw zijn verschuldigd: de kleine-ondernemersregeling. Deze regeling houdt in dat een ondernemer onder omstandigheden minder of zelfs geen btw hoeft te betalen. De minister van Financiën heeft onlangs een geactualiseerd besluit uitgebracht over deze regeling.Er gelden drie voorwaarden voor toepassing van de kleine-ondernemersregeling:1. De ondernemer is een natuurlijk persoon. Het moet gaan om een eenmanszaak of een samenwerkingsverband met andere natuurlijke personen, zoals een maatschap of een vennootschap onder firma of een commanditaire vennootschap (mits niet op aandelen) of een soortgelijk samenwerkingsverband.2. Er resteert in een jaar na aftrek van de voorbelasting € 1.883 of minder aan te betalen btw. Is na aftrek van voorbelasting minder dan € 1.345 aan btw verschuldigd, dan kan betaling van btw zelfs geheel achterwege blijven. Bij een verschuldigd bedrag meer dan € 1.345 bedraagt de vermindering 2,5 x (€ 1.883 minus het verschuldigde btw-bedrag).3. De ondernemer voldoet aan de administratieve verplichtingen voor de btw. Afwijkingen worden door de inspecteur toegestaan.Een in het buitenland gevestigde ondernemer die géén vaste inrichting in Nederland heeft, kan alleen een beroep op de kleine-ondernemersregeling doen indien hij uitsluitend prestaties verricht in Nederland.De grondslag voor het berekenen van de verminderingOm de vermindering van de btw te berekenen moet de na afloop van een kalenderjaar nageheven of teruggegeven belasting in beginsel worden toegerekend aan het jaar waarop deze belasting betrekking heeft. Er geldt een goedkeuring voor de volgende situaties:- Er is in een bepaald jaar een btw-teruggaaf verleend wegens oninbare vorderingen. Deze teruggaaf telt alleen mee voor het jaar waarin de teruggaaf is verleend.- Als een afrekening aan het einde van een jaar, als gevolg van een wettelijke bepaling, in het volgende jaar leidt tot een bijbetaling of een teruggaaf van belasting, kan de belasting ook worden toegerekend aan het jaar van afrekening. Deze goedkeuring heeft met name betrekking op ondernemers die voor de btw-heffing het kasstelsel mogen toepassen. Een ondernemer die het bedrag van de voorbelasting bepaalt aan de hand van de aan hem uitgereikte facturen, moet het factuurstelsel bij de berekening van de voorbelasting blijven toepassen.De voorlopige verminderingDe ondernemer kan per belastingtijdvak van het jaar waarover hij gebruik maakt van de regeling een voorlopige vermindering op de verschuldigde belasting toepassen. Vóór de eerste aangifte moet de belastingplichtige een schatting maken van de verschuldigde btw in dat jaar. De voorlopige vermindering moet in beginsel gelijkmatig over de belastingtijdvakken worden toegepast. Er geldt een goedkeuring voor ondernemers die werkzaam zijn in een seizoensgevoelige branche. De inspecteur mag een ondernemer toestaan dat deze een bij het omzetverloop aangepaste voorlopige vermindering toepast als de aard van het bedrijf dat toestaat.Het is overigens niet zo dat de voorlopige vermindering per se in het lopende jaar moet worden toegepast. Als een ondernemer geen voorlopige vermindering heeft toegepast en na afloop van het jaar blijkt dat de regeling van toepassing is, kan hij een verzoek om teruggaaf doen. Het terug te ontvangen bedrag telt niet mee bij de bepaling van de in het nieuwe jaar verschuldigde belasting voor de toepassing van de regeling. Gebroken boekjaarEen ondernemer met een gebroken boekjaar mag de kleine-ondernemersregeling ook toepassen.Het besluit gaat voorts in op enige aspecten van de afwijkingen op of de ontheffing van administratieve verplichtingen.Het besluit is op 7 februari 2007 in werking getreden en werkt terug tot en met 25 januari 2007.Bron: Ministerie van Financiën, 25-1-2007 Het Ministerie van Financiën heeft op 15 december 2006 de nieuwe belastingcijfers voor het jaar 2007 bekendgemaakt. Voor zover de nieuwe belastingcijfers niet zijn bepaald door recente wetswijzigingen zoals onder meer het jaarlijkse Belastingplan en de Wet werken aan winst zijn deze aangepast met een inflatiecorrectie van 1,6%. Dit bericht gaat alleen in op de wijzigingen in de belastingen die werkgevers en werknemers raken en betreft de loonbelasting en de afdrachtvermindering loonbelasting en premie volksverzekeringen.Loonbelasting 2007LevensloopregelingOp 1 januari 2006 is de levensloopregeling ingevoerd. Met de levensloopregeling kunnen werknemers sparen om in de toekomst een periode van onbetaald verlof te financieren. Men kan maximaal 12% van het loon sparen. De levensloopregeling kan men gebruiken voor elke vorm van verlof, zoals zorgverlof, sabbatical, ouderschapsverlof en educatief verlof. Het spaarsaldo mag ook worden gebruikt om eerder met pensioen te gaan. De huidige verlofspaarregeling mag worden omgezet in de levensloopregeling.Er kan jaarlijks maximaal 12% van het loon gespaard worden. Inleg is uitsluitend toegestaan indien het spaarsaldo dan wel de waarde van de verzekering aan het begin van het jaar niet hoger is dan het bedrag dat nodig is voor een periode van extra (volledig doorbetaald) verlof van 2,1 jaar (absoluut maximum). Is men op 31 december 2005, 51 jaar of ouder, maar nog geen 56 jaar, dan geldt er een speciale regeling. Deze werknemers mogen dan meer sparen dan 12% van het brutoloon. De werknemer kan jaarlijks kiezen aan welke regeling hij wil deelnemen: spaarloon of levensloop. In hetzelfde jaar in beide regelingen geld inleggen is niet mogelijk. PensioenregelingenAlle pensioenregelingen moeten vanaf 1 januari 2006 voldoen aan de criteria van de Wet aanpassing fiscale behandeling VUT/prepensioen en introductie levensloopregeling (Wet VPL). Uitgangspunt is dat een werknemer pas op 65-jarige leeftijd met pensioen gaat. De werknemer mag wel eerder met pensioen gaan, maar zijn pensioen moet dan actuarieel worden herrekend. Dit betekent lagere pensioenuitkeringen. Voor werknemers die op 31 december 2004 55 jaar of ouder zijn, blijven bepaalde VUT- en prepensioenregelingen mogelijk. SpaarloonregelingEen werknemer mag maar bij één werkgever deelnemen aan de spaarloonregeling en kan maximaal € 613 (idem 2006) geblokkeerd sparen op grond van deze regeling. Voor sparen via de spaarloonregeling moet aan de volgende twee voorwaarden worden voldaan:- de werknemer is sinds 1 januari 2007 bij die werkgever in dienst; en - die werkgever past ten aanzien van die werknemer sinds 1 januari 2007 de algemene heffingskorting toe.Als een werknemer na de eerste dag van het kalenderjaar bij een werkgever in dienst treedt, kan hij dus niet van de spaarloonregeling van die werkgever gebruikmaken.Het tarief voor eindheffing over spaarloon is 25%. Geblokkeerde spaartegoeden uit een spaarloonregeling zijn in 2007 in de inkomstenbelasting vrijgesteld in box 3 tot maximaal € 17.025 (idem 2006).Auto van de zaakDe bijtelling voor privé-gebruik auto is de waarde van het privé-gebruik van een ter beschikking gestelde personen- of bestelauto, verminderd met de eigen bijdrage van de werknemer voor het privé-gebruik. De bijtelling voor het privé-gebruik bedraagt 22% van de catalogusprijs van de auto, inclusief de BPM (belasting voor personenauto’s en motorrijwielen) en omzetbelasting. Als een werknemer minder dan 500 kilometer per kalenderjaar privé rijdt en dit kan bewijzen, blijft de bijtelling achterwege. Een bewijs kan worden geleverd via een specifieke verklaring. De Belastingdienst heeft deze beschikbaar. U kunt het aanvraagformulier voor de verklaring downloaden via www.belastingdienst.nlVoor bestelauto’s is het volgende nog van belang:- Als een werknemer de bestelauto niet kan gebruiken buiten werktijd, bijvoorbeeld omdat de bestelauto ‘achter het hek moet blijven’, hoeft geen bijtelling plaats te vinden. Dit geldt ook indien een werkgever privé-gebruik verbiedt en dit schriftelijk aan de werknemer kenbaar maakt. De werkgever moet dan wel controle op de naleving van het verbod uitoefenen en een passende sanctie opleggen als een werknemer het verbod overtreedt.- Voor de situatie dat twee of meer werknemers vanwege de aard van het werk bestelauto’s doorlopend afwisselend gebruiken, bestaat een praktische regeling voor de bijtelling van het privé-gebruik. Het privé-gebruik wordt in ieder geval bij de werkgever als een eindheffing belast. Deze eindheffing bedraagt € 300 (idem jaar 2006) per bestelauto op jaarbasis. Het criterium ‘doorlopend afwisselen’ is overigens vrij strikt. Van doorlopend afwisselen is namelijk geen sprake ingeval een bestelauto bijvoorbeeld op kwartaalbasis rouleert tussen verschillende werknemers. Telefoon en internet Met ingang van 1 januari 2007 zijn de vergoedingen en verstrekkingen van telefoon en internet onbelast als de werknemer de internet- of telefoonaansluiting voor meer dan 10% zakelijk gebruikt. Dit geldt ook voor een tweede telefoonaansluiting. ReiskostenDe maximale belastingvrije vergoeding van zakelijke kilometers wordt € 0,19 per kilometer (idem 2006) ongeacht het vervoermiddel. Woon-werkverkeer geldt hierbij als zakelijk verkeer. Als een werknemer met het openbaar vervoer reist, kan de werkgever kiezen uit twee mogelijkheden: hij kan óf maximaal € 0,19 per kilometer óf de werkelijke reiskosten belastingvrij vergoeden. De werkgever moet de vergoede plaatsbewijzen bewaren. Maaltijden in bedrijfskantinesVoor een maaltijd in een bedrijfskantine gelden met ingang van 2007 de volgende normbedragen:Warme maaltijd: € 3,80 (idem 2006);Koffiemaaltijd/Lunch: € 2 (idem 2006);Ontbijt : € 2 (idem 2006).Zakelijke maaltijden Met ingang van 1 januari 2007 vervalt de zogenoemde 80-maaltijdenregeling. Alle ‘meer dan bijkomstig zakelijke’ (meer dan 10%) maaltijden kunnen onbelast worden vergoed of verstrekt. Geschenkenregeling Met ingang van 1 januari 2007 mag de werkgever 20% eindheffing toepassen over geschenken in natura aan een werknemer, voor zover de waarde in het economische verkeer niet meer is dan € 70 per kalenderjaar. In 2006 was het maximum nog € 35 (voor één geschenk per jaar), met een eindheffing van 15%. Consumpties tijdens werktijdDe vrijgestelde vergoeding voor consumpties tijdens werktijd (maaltijden vallen hier niet onder) bedraagt maximaal € 2,75 (idem 2006) per week of € 0,55 (idem 2006) per dag.Personeelsleningen- In 2007 kan een werkgever aan een werknemer onbelast een laagrentende personeelslening verstrekken als de werknemer ten minste 4,7% (3,5% 2006) rente betaalt over het geleende bedrag. Afdrachtverminderingen loonbelasting en premie volksverzekeringen 2007Een afdrachtvermindering houdt in dat een werkgever onder voorwaarden minder loonbelasting en premie volksverzekeringen hoeft af te dragen. De vermindering kan echter niet leiden tot een teruggaaf.Afdrachtvermindering onderwijsDe afdrachtvermindering onderwijs blijft in 2007 ongewijzigd € 2.500. Het toetsloon voor 2007 is € 21.422 (€ 20.882 jaar 2006). Er bestaat ook recht op deze afdrachtvermindering wanneer een voormalig werkloze werknemer in dienst is die aangewezen scholing volgt, die er op is gericht de werknemer tot het zogenoemde startkwalificatieniveau te brengen. Deze afdrachtvermindering is met terugwerkende kracht tot 1 januari 2006 verhoogd van € 1.500 naar € 3.000. De afdrachtvermindering onderwijs voor stageplaatsen mag ook toegepast worden voor stagiairs van een beroepsopleiding in de beroepsopleidende leerweg op mbo-niveau 1 of 2. Deze afdrachtvermindering bedraagt € 1.200 en het loon hoeft niet getoetst te worden aan het toetsloon. Verder bestaat vanaf 1 januari 2007 een afdrachtvermindering van € 300 voor de (belaste) kostenvergoeding van een procedure Erkenning verworven competenties (EVC). Met een procedure EVC kan een werknemer laten vaststellen welke competenties hij door werkervaring al heeft en welke aanvullende opleidingen hij eventueel nodig heeft.Afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk.De afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk (S&O) voor 2007 bedraagt 42% x (het verwachte aantal S&O-uren vermenigvuldigd met het gemiddeld uurloon, maar maximaal € 110.000 (idem 2006)). Over het bedrag boven € 110.000 geldt een afdrachtvermindering van 14%. Voor starters (ondernemers die in de laatste vijf jaar een of meer kalenderjaren geen inhoudingsplichtige waren en aan wie in die periode voor niet meer dan twee kalenderjaren een S&O-verklaring is afgegeven) geldt een hoger percentage voor afdrachtvermindering. De S&O-afdrachtvermindering bedraagt per inhoudingsplichtige maximaal € 8.000.000 (idem 2006). Bron: Ministerie van Financiën, 15-12-2006. De Eerste Kamer heeft op 12 december 2006 de wetsvoorstellen Belastingplan 2007 en wijziging van enkele belastingwetten ter vermindering van administratieve lasten (Paarse krokodil) aangenomen. We lichten enige inhoudelijk belangwekkende wijzigingen uit het wetsvoorstel toe namelijk:Belastingplan 2007Het Belastingplan 2007 werd op 19-09-2006bij de Tweede Kamer ingediend. Daarna zijn nog diverse wijzigingen gekomen. Onderstaande onderdelen uit het Belastingplan 2007 betreffen de actuele stand van zaken van het wetsvoorstel zoals het door de Eerste Kamer is aangenomen. Regeling dienstverlening aan huis Een particulier mag maximaal drie dagen per week persoonlijke diensten (zoals schoonmaken, tuinonderhoud, hond uitlaten, verzorging, strijken of op kinderen passen) laten verrichten zonder loonbelasting of premies voor werknemersverzekeringen in te houden. De dienstverlener moet zijn verdiensten wel jaarlijks opgeven in zijn aangifte inkomstenbelasting. Deze regeling vervangt de witte-werksterregeling (maximaal twee dagen per week, 2006). Vrijstelling loonaangifte van ‘eenpersoonsvennootschappen’Een BV bij wie uitsluitend een of meer directeuren-grootaandeelhouders (DGA’s) in loondienst werkzaam zijn, is niet meer inhoudingsplichtig voor de loonbelasting. Deze BV’s hoeven daardoor geen aangifte loonbelasting meer te doen. Het loon van deze DGA’s wordt uitsluitend nog in de inkomstenbelasting betrokken. Deze bepaling zal pas in werking treden per 1 januari 2008. KinderopvangPer 1 januari 2007 wordt een wettelijke werkgeverbijdragekinderopvang ingevoerd. Vanaf deze datum is derhalve elke werkgever wettelijk verplicht een bijdrage kinderopvang te betalen. Voor werkgevers die thans een bijdrage voor kinderopvang geven op basis van een kinderopvangregeling of CAO die gunstiger is, geldt een wettelijke overgangsregeling.Andere BTW-behandeling voor goederen die zowel zakelijk als privé worden gebruiktDe ondernemer die tot het ondernemingsvermogen behorende goederen ook privé gebruikt (bijvoorbeeld een vakantiehuisje), heeft voortaan een volledig recht op aftrek van de aankoop-BTW, maar zal vervolgens dit privé-gebruik steeds in zijn BTW-aangifte moeten opnemen. De aanpassing is nodig vanwege een uitspraak van het Europese Hof van Justitie in de zaak Charles en Charles-Tijmens.Uitbreiding afdrachtvermindering onderwijsHet betreft twee uitbreidingen. De eerste uitbreiding ziet op een verhoging van de afdrachtvermindering voor voormalige werkloze werknemers die worden opgeleid tot het zogenoemde startkwalificatieniveau. De verhoging betreft een verdubbeling van de afdrachtvermindering van € 1.500 naar € 3.000 per kalenderjaar. De tweede uitbreiding betreft de introductie van een nieuw onderdeel voor stages binnen de beroepsopleidende leerweg op MBO 1- of MBO 2-niveau. Vooruitlopend op de inwerkingtreding van het Belastingplan 2007 mogen deze uitbreidingen met terugwerkende kracht tot 1 januari 2006 worden toegepast. Bron: Eerste Kamer, 12 december 2006 Belastingdienst herstelt voorlopige aanslagen 2006 De Belastingdienst heeft de afgelopen week 340.000 voorlopige aanslagen Inkomstenbelasting 2006 verstuurd. Deze voorlopige aanslagen zijn gebaseerd op de ingediende aangiften Inkomstenbelasting 2005. Ongeveer 70.000 voorlopige aanslagen zijn niet correct omdat ten onrechte een bedrag voor privé gebruik auto van de zaak is meegenomen. Daarnaast is in een deel van de aanslagen geen rekening gehouden met aftrek wegens geen of geringe eigen woningschuld (Wet Hillen) en bij artiesten en beroepssporters is geen rekening gehouden met de ingehouden loonheffing bij inkomsten uit overige werkzaamheden. Belastingplichtigen die zo'n onjuiste voorlopige aanslag 2006 hebben ontvangen, hoeven zelf geen actie te ondernemen. Zij zullen binnen enkele weken een excuusbrief van de Belastingdienst krijgen met daarin de mededeling dat zij op korte termijn een juiste voorlopige aanslag zullen ontvangen. Bron: ministerie van financiën Fiscale aftrek energie en milieu-investeringen stopgezet De minister van Financiën heeft bij ministeriële regeling voor nieuwe investeringen de energie-investeringsaftrek (EIA) en de milieu-investeringsaftrek (MIA) voor 2006 met ingang van donderdag 12 oktober 2006 gesloten.Het aantal aanvragen voor de EIA en de MIA bleek groter dan aangenomen, waardoor het budget 2006 wordt overschreden. Bij de EIA gaat het om een verwachte overschrijding van ruim 200 miljoen euroen bij de MIA om een verwachte overschrijding van 50 miljoen euro.Vanaf 1 januari 2007 zullen beide regelingen weer worden opengesteld. De budgetoverschrijding die in 2006 optreedt, zal niet ten laste worden gebracht van het budget van de regelingen in 2007. De percentages en/of voorwaarden in de regelingen voor 2007 zullen op basis van het reguliere budget en de verwachte investeringen voor 2007 als gebruikelijk eind december 2006 bekend worden gemaakt. Bron: Ministerie van Financiën Fiscus mag fout niet verhalen DEN HAAG - Belastingplichtigen hoeven te veel teruggekregen belasting niet terug te betalen aan de Belastingdienst als de fiscus zelf een fout heeft gemaakt bij de verwerking van de aangifte. Dat heeft de Hoge Raad bepaald in een aantal arresten.Volgens het hoogste Nederlandse rechtscollege mogen belastingplichtigen het te veel terugbetaalde geld houden als de fout een gevolg is van de werkwijze van de fiscus. Inzet van onervaren personeel of de overgang naar een andere automatiseringssysteem bij de Belastingdienst zijn geen redenen om achteraf te veel terugbetaald geld terug te vorderen.Het College van Belastingadviseurs heeft verheugd gereageerd op de arresten. Belastingadviseurs kregen tot op heden vaak de schuld in de schoenen geschoven als de fiscus achteraf nog een bedrag terugvorderde bij de belastingbetaler.De arresten hadden onder meer betrekking op een zaak van een handelaar in aandelen die geheel volgens de regels 25 procent van zijn verlies van de belasting aftrok. Medewerkers van de fiscus hadden de teruggave echter gebaseerd op het volledige verlies. De fiscus heeft dit later hersteld en alsnog een aanslag gestuurd. Volgens de Hoger Raad ten onrechte.Een gezin dat tot twee maal toe de Belastingdienst heeft aangeschreven of het successierechten over een verkregen erfenis moest betalen, kreeg telkens te horen dat het geen aangifte hoefde te doen. Enige tijd later kwam de Belastingdienst alsnog met een forse aanslag. Het gezin hoeft die nu niet meer te betalen.Een woordvoerster van de Belastingdienst kon niet melden hoeveel geld de schatkist misloopt als gevolg van de arresten of hoeveel fouten er gemaakt worden. Geen afkoop van opgespaarde verplichte vakantiedagen Uw werknemers mogen hun wettelijk verplichte vakantiedagen niet meer afkopen, ook niet als die wettelijke vakantiedagen worden meegenomen naar een volgend jaar. Dit heeft het Europese Hof van Justitie onlangs bepaald. Het besluit van het hof geldt met terugwerkende kracht. Dat betekent dat eerder gemaakte afspraken met uw werknemers over de afkoop van wettelijke vakantiedagen niet meer geldig zijn. Let op! Bovenwettelijke vakantiedagen mogen wel worden afgekocht. Het wettelijke aantal vakantiedagen per jaar is minimaal vier keer het aantal werkdagen per week. Bij een volledige baan is dat dus twintig dagen per jaar. Controle door de belastingdienst Als ondernemer kunt u te maken krijgen met een controlebezoek door de belastingdienst. Daarbij kan het gaan om het zogenoemde boekenonderzoek of om een waarneming ter plaatse. Een boekenonderzoek is een controle van uw administratie. De fiscus kan zich hierbij richten op een bepaalde periode of bepaalde onderdelen van uw boekhouding. Van elk boekenonderzoek maakt de controleur een verslag. U krijgt automatisch een kopie van het openbare deel van het verslag.Bij een waarneming ter plaatse wil de belastingdienst inzicht in de dagelijkse gang van zaken in uw onderneming verkrijgen. Daarbij kijkt de controlerende medewerker bijvoorbeeld of u de administratie goed heeft bijgehouden en hoeveel personeel er aanwezig is. Bij een eerste waarneming ter plaatse krijgt u vooraf bericht over de periode waarin het bezoek zal plaatsvinden.Als er iets niet in orde is, kunt u daar meteen op worden gewezen. De verzamelde gegevens worden bewaard en kunnen bij een volgende gelegenheid weer ter sprake komen.Ook van elke waarneming ter plaatse wordt een verslag gemaakt, waarvan u een kopie krijgt toegestuurd. Let op!U bent verplicht aan een controle mee te werken. Voor de basisgegevens geldt een bewaartermijn van zeven jaar. Geen premies werknemersverzekeringen over arbeidsbeloning meewerkende ongehuwde partner Werkt er een familielid mee in uw bedrijf? Dan kan dat betekenen dat de arbeidsverhouding van dat familielid niet leidt tot premieplicht voor de werknemersverzekeringen. De familiebanden kunnen de gezagsverhouding namelijk zodanig beheersen dat voor de premieheffing werknemersverzekeringen geen dienstbetrekking wordt aangenomen. Onlangs heeft de Centrale Raad van Beroep bepaald dat het begrip familieverhouding niet is beperkt tot gehuwden of bloedverwanten tot in de tweede graad. Ook een ongehuwd samenwonende met een samenlevingsovereenkomst die meewerkt in de onderneming van de partner valt onder het bereik van de familieverhouding. Let op!Een arbeidsrelatie leidt tot verplichte verzekering voor de werknemersverzekeringen als deze de volgende drie elementen bevat: het bestaan van een gezagsverhouding, de verplichting om persoonlijk arbeid te verrichten en de betaling van loon. Ontbreekt één van deze elementen? Dan is geen sprake van een dienstbetrekking voor de werknemersverzekeringen. Geen rente over rekening-courant DGA 09-08-2006. Veel directeuren-grootaandeelhouders (dga's) hebben een rekening-courantverhouding met hun BV. Zij lenen regelmatig geld aanen van hun BV. Gevolg is dat de debet- en creditstanden elkaar vaak afwisselen. Op het ene moment heeft de dga een vordering op zijn BV en op het andere moment heeft de BV juist een vordering op de dga. Zoalng het saldo op deze rekening gedurende het hele kalenderjaar niet hoger is dan €. 17.500,-- (voorheen €. 10.000,--), hoeft de dgs geen rente als resultaat in aanmerking te nemen. Dat heeft Staatssecretaris Wijn van Financien onlangs besloten om de administratieve lasten te verminderen. Let op! Voorwaarde is wel dat de BV geen rentekosten in aftrek brengt. Bovenstaande Tips zijn uiterst zorgvuldig samengesteld. De samenstellers alsmede de provider kunnen niet aansprakelijk gesteld worden voor eventuele onjuistheden.Algemene voorwaarden
Routebeschrijving
Vanuit Arnhem (A12) Volg na 11 km op het knooppunt Grijsoord de A12, A50, E35 richting Arnhem. Volg na 6,7 km op het knooppunt waterberg de A12, E35 richting Oberhausen. Neem na 11 km afslag Duiven (afslag 28) richting Duiven. Ga na 350 meter rechtsaf de Noordsingel (N810)op richting Duiven. Ga na 225 meter linksaf de Oostsingel (N810) op richting Duiven. Ga na 1,4 km rechtsaf de Vergertlaan op. Neem na 0,8 km de tweede afslag op de rotonde (op de Vergertlaan). Neem na 175 meter de tweede afslag op de rotonde (op de Vergertlaan). Ga na 0,7 km rechtsaf de Zilverschoon op. Ga naar 350 meter rechtsaf de Scheefkelk op. Vanuit Doetinchem (A12) Volg na 6,6 km op het knooppunt ouddijk de A12, E35 richting Arnhem/Zevenaar. Neem na 9,7 km de afslag Noordsingel richting Duiven. Ga na 0,8 km linksaf de Oostsingel (N810)op richting Duiven. Ga na 1,4 km rechtsaf de Vergertlaan op. Neem na 0,8 km de tweede afslag op de rotonde (op de Vergertlaan). Neem na 175 meter de tweede afslag op de rotonde (op de Vergertlaan). Ga na 0,7 km rechtsaf de Zilverschoon op. Ga naar 350 meter rechtsaf de Scheefkelk op.